Recensie concert Tori Amos
Tori Amos heeft haar gehoor stil gekregen
POPMaastricht, zaterdagavond, Mecc, Tori Amos.
Tori Amos vertelt haar publiek tijdens optredens graag over hoe het vroeger was. Over de boeken waar ze zich als verlegen, 11-jarig meisje achter verschuilde om over de rand naar de jongens in haar klas te kunnen kijken. Over de lange jaren dat ze als pianiste in hotels en bars in haar onderhoud voorzag. De gasten van het Marriott-hotel in Washington D.C. ("Sugar, baby muffin, please...") wilden steeds hetzelfde horen: Strangers in the Night en vooral Feelings. Maar als het even mogelijk was, smokkelde Tori een paar persoonlijke favorieten in het programma. Zoals Wrapped Around my Finger van The Police, dat in het Auditorium 1 van het Mecc in Maastricht zo'n hartverscheurend mooie uitvoering kreeg, dat je je opeens kon voorstellen hoe het geweest moet zijn, destijds, in de clubfauteuils van het Marriott, als toeschouwer van een nog volkomen onbekende, maar o zo gretige en getalenteerde Tori Amos. In de stem en het spel van deze dochter van een strenge Amerikaanse dominee klinkt nog altijd veel van haar verleden door. Haar meisjesjaren, toen de piano zo'n beetje haar enige expressiemiddel was, maar ook die frustrerende optredens voor beschonken, lawaaierige mensen in kroegen en hotellobby's. Ook nu ze voor uitverkochte zalen op de Bosendorfervleugel in die karakteristieke houding - wijdbeens - haar eigen liedjes mag spelen, wil Tori Amos nog altijd vooral gehoord worden. Als ze bijvoorbeeld in Maastricht optreedt, dan geeft ze alles wat ze heeft - dat gepassioneerde pianospel, die glasheldere stem, fluisterend als het kan, vervaarlijk grommend als het moet - om dat voor elkaar te krijgen.
En aan het eind van het optreden, in de toegiften, als ze al voor de tweede keer is teruggeroepen door de wild enthousiaste zaal, is ze nog steeds bereid met diezelfde passie als destijds verzoekjes te spelen. Nee, niet Feelings. Maar wel American Pie van Don McLean. Of Smells Like Teen Spirit van Nirvana. Of een combinatie van beide. En dat op een wijze die de tekst van deze uitgekauwde evergreen van Mclean ("This will be the day that I die") een hele andere lading geeft. Een wijze die je bovendien doet beseffen dat Amos en wijlen Kurt Cobain wel degelijks iets gemeen hebben, of beter gezegd hadden: het gevoel dat ze in onderdrukking waren opgegroeid en dat ze die ervaring altijd en overal met zich mee zouden dragen.
Als Amos tegenwoordig haar betoverende liedjes speelt, kun je in de zaal een speld horen vallen. Naar Tori Amos wordt nu in stille bewondering geluisterd en dat is helemaal haar eigen verdienste.
Bas de Vries